De definitie
Glucose is een eenvoudige suiker (een monosacharide) die in vrijwel alle cellen van je lichaam dient als directe brandstof. Vooral je hersenen gebruiken constant glucose; de meeste andere cellen kunnen ook overschakelen op vet als glucose schaars is.
Glucose komt in je bloed vooral via koolhydraten in voeding — brood, rijst, pasta, fruit, suikerhoudende dranken. Een klein deel maakt je lever zelf, vooral 's nachts en tussen maaltijden door, uit voorraden in lever en spieren.
Hoe regelt je lichaam glucose?
Twee hormonen doen het meeste werk:
- Insuline — afgegeven door je alvleesklier als je bloedglucose stijgt. Insuline zet spier-, vet- en levercellen aan om glucose op te nemen, waardoor je bloedglucose daalt.
- Glucagon — afgegeven als je bloedglucose daalt. Glucagon zet je lever aan om opgeslagen glucose vrij te geven.
Bij gezonde regulatie schommelt je bloedglucose tussen ongeveer 4 en 8 mmol/L, met pieken na maaltijden en lagere waardes nuchter of bij intensieve inspanning.
Een nuchtere glucose tussen 4,0 en 6,0 mmol/L is normaal. Tussen 6,1 en 6,9 spreken we van afwijkende nuchtere glucose. 7,0 mmol/L of hoger past bij diabetes mellitus, mits bevestigd in een tweede meting.
Wanneer raakt het systeem uit balans?
Drie hoofdscenario's:
- Insulineresistentie — cellen reageren minder goed op insuline; je alvleesklier compenseert door meer insuline te maken. Op termijn lukt dat niet meer en stijgt bloedglucose.
- Beta-cel-uitval — bij type-1-diabetes worden de insuline-producerende cellen door het immuunsysteem beschadigd. Resultaat: weinig of geen insuline.
- Hypoglykemie — te lage bloedglucose, vaak door te veel insuline of medicatie. Symptomen: trillen, transpireren, verwardheid.
Glucose meten — drie methodes
- Veneuze bloedafname — meest betrouwbaar; in lab gemeten. Standaard bij vermoeden van diabetes.
- Vingerprik — capillair bloed via een prikje; snel en bruikbaar voor zelfmeting bij diabetespatiënten. Marginale verschillen met veneus.
- Continue glucose-monitor (CGM) — sensor onder de huid die elke paar minuten een waarde meet. Vooral bij type-1 en intensief geregelde type-2-diabetes.
Glucose versus HbA1c
Een glucose-meting geeft een momentopname. HbA1c is een gemiddelde over de afgelopen 2–3 maanden — daarom is het de voorkeursmaat voor langetermijn-regulatie. Voor diagnose en screening worden beide gebruikt, in een gestructureerde volgorde die je huisarts hanteert.
Veelgestelde vragen
Is glucose hetzelfde als suiker?
Wat doet insuline?
Verhoogt vet je bloedglucose?
Wat doet stress met mijn glucose?
Waarom moet ik nuchter zijn voor sommige glucose-metingen?
Heb je een eigen waarde?
Vul je glucosewaarde in en zie meteen of die in het normale gebied valt.